EEN SNELLE, DIEPE EN LANGDURIGE RESPONS

Bispecifieke antilichamen veelbelovend tegen lymfomen

  • 5 min.
  • Ontwikkelingen

Na de komst van de ‘gewone’ monospecifieke antilichamen, de antilichaamgeneesmiddelconjugaten (ADCs) en de CAR T-cellen vormen de bispecifieke antilichamen de meest recente uitbreiding van het arsenaal aan doelgerichte immuuntherapieën voor de behandeling van lymfomen.

Met de introductie van rituximab in 1997, een monoklonaal antilichaam gericht tegen CD20, breekt voor de hematooncologie het tijdperk aan van de doelgerichte (immuun) therapie. “In de kwart eeuw hierna volgen vele andere therapeutische monoklonale antilichamen. Niet alleen gericht tegen CD20, ook onder andere CD3, CD19, CD22, CD30, CD38, CD33 en PD1 blijken nuttige doelwitten te zijn bij de strijd tegen hematologische maligniteiten”, vertelt dr. Elly Lugtenburg, internist-hematoloog in het Erasmus MC. Soms wordt het monoklonale antilichaam voorzien van een sterk cytotoxisch middel waardoor een zogeheten antilichaam-geneesmiddelconjugaat (ADC) ontstaat, bijvoorbeeld brentuximab-vedotin, polatuzumab-vedotin, gemtuzumab-ozogamicine en inotuzumab-ozogamicine. Binding van de ‘kale’ monospecifieke antilichamen aan hun doelwit leidt tot een combinatie van directe celdood van het ‘doelwit’ door apoptose en/of ly

Maak een gratis account aan en krijg toegang tot alle artikelen

Account aanmaken

Heeft u al een account?